Rockey Mountains Canada

Augustus 1996

Op het moment dat ik dit verhaal schrijf is het bijna 9 jaar geleden dat we deze reis voor het eerst maakten. De foto pagina die apart is op te roepen heb ik samengesteld vanaf foto's uit ons "ouderwets" fotoalbum. Een digitale camera?? Bestond die al ?? De foto's zijn dus niet glashelder. Het verhaal schrijf ik dus in de stijl van verleden tijd.
Waarom naar de Rocky Mountains? We komen al jaren in Canada en hebben enige jaren geleden een tocht gemaakt met een motorhome door Ontario. Deze tocht was ons goed bevallen. Omdat veelal gezegd wordt dat de Westkant van Canada, dus met name de provincies British Columbia maar ook Alberta heel mooi zouden zijn besloten we ook eens met een motorhome naar de Rockies te gaan.
Nu gaan we dit jaar met een behoorlijke verbouwing beginnen en zowel de architect als de aannemer zijn druk bezig. De een met ontwerp, berekeningen en toezicht en de ander uiteraard met bouwen. Ook wij zijn daar natuurlijk sterk in betrokken en daarom vergaten we bijna dat ook dit jaar weer een keer vakantie moet worden georganiseerd. Daarom waren we toch wel wat te laat met bespreken van een motorhome echter 2 weken in onze vakantie periode zou wel lukken. Onze voorbereidingen waren niet slecht maar toch iets minder dan we zouden willen. De aannemer was nog met de laatste werkzaamheden bezig en wij vertrokken al met de koffers naar Schiphol.

De vlucht ging naar Seattle want onze camper stond klaar in Ferndale, een klein plaatsje ten zuiden van de grens van Canada met Amerika. Dus geografisch gezien een stukje boven Seattle. Wij namen onze intrek in een plaatselijk motel voor 2 nachten want pas dan konden we met de camper op pad. Keurig op tijd werden we vanaf het motel opgehaald en naar het verhuur bedrijf gebracht. De motorhomes zagen er prachtig uit en waren behoorlijk nieuw. Na een gedegen uitleg konden we onze koffers gaan uitpakken, bed opmaken en rijden maar. Om 12.00 uur zoeven de banden over het Amerikaanse wegdek en arriveren bij de Amerikaanse grens om 12.45 uur. Daar hebben we geen problemen en stomen op richting Vancouver. Een bezoek aan Vancouver zit er niet in en moeten het helaas doen met de indrukken die we al rijdende opdoen. De rit gaat vanaf Vancouver naar Whistler, een zeer bekend wintersport gebied. Onderweg doen we bij een grote supermarkt boodschappen en vullen de koelkast en vriezer. Op de campground aangekomen krijgen we een mooi plaatsje. Natuurlijk rijden we wat later nog even naar het stadje maar dat is natuurlijk niet zo druk als in de wintermaanden.

De volgende ochtend beginnen we met het roosteren van brood maar omdat de afzuigkap niet aanstaat gaat het rookalarm af. Wat een herrie. Nadat de rook is opgetrokken, het ontbijt genuttigd, vertrekken we in de richting van Clinton ( ligt ook in Ontario overigens ) naar de Coastal Mountains. Via Lilloet,  Clinton dus naar 100 Mile House en naar Cache Creek. Nu rijden we nog een stuk door naar het noorden naar Little Fort. Hier werd het hoogtijd om een campground op te zoeken want het is inmiddels 17.15 uur. Onderweg hebben we nog wat meer boodschappen gedaan bij Safeway.

Na een welverdiende nachtrust vertrekken we bijtijds, 08.30 uur , in de richting van Jasper National Park via Clearwater. Bij het Thompson Provincial Park gaan we even onze vuilwater tanks legen. Onderweg stoppen we in een klein plaatsje, Blue River, om te snacken. Patat, soep en hamburger. Nu gaan we echt richting Rockies naar Valemount.
Eén van de eerste machtige bergen die je tegenkomt is Mount Terry Fox in het Mount Robson Park. Onze volgende stop zou zijn in de buurt van Jasper. Onderweg naar de campground worden we eigenlijk voor het eerst geconfronteerd met loslopend wild. Een baby Moose over de weg. Dat betekent dat veel mensen stoppen om foto's te maken. Natuurlijk ook om het beest rustig over te laten steken. Bij de ingang van Campground Whistlers worden we gewaarschuwd voor de beren in de buurt. Als de avond valt maken we weer een lekker haardvuur aan buiten want 's avonds wordt het in de bergen snel frisser. We slapen als roosjes en gaan de volgende ochtend na het ontbijt op weg naar Jasper. Daar nemen we de Jasper Tramway naar Whistlers Mountain tot op een hoogte van 2500 meter. Te voet gaan we door tot 2750 meter. Het is een heel klein beetje nevelig maar toch is het uitzicht grandioos. Ik heb de kans om even sneeuwballen te gooien naar Lenie.

Omdat er nog veel meer is te zien gaan we richting Miete Hotsprings. Onderweg komen we nog een keer wild tegen, grazende Moose maar tijdens onze 3 uur durende wandeling door de bergen komen we niet veel wild tegen. Met de beren loslopend in het achterhoofd zijn we daar niet echt rouwig om. In de bronnen van Miete Hotsprings kunnen we even uitrusten. Het water uit de bronnen is maar liefst 54 graden en wordt terug gekoeld naar ongeveer 39 graden. Dat is natuurlijk ook nog erg warm en dat hielden we ongeveer 5 minuten vol. Gelukkig was het aangrenzende zwembad water maar 25 graden. Dat is dus echt verkoelen. Op de terugweg naar Jasper rijden we via Medicine Lake en zien een helicopter in actie met het opscheppen van water om een brand te blussen hoog op een bergwand. Spectaculair gezicht is dat.
In Jasper zoeken we een bekend steakhouse en beginnen met een heerlijke pot bier. Dat smaakt na zo'n dag. Ook de steaks waren van prima kwaliteit en de portie zeer zeker. Geen Hollands formaat biefstukje dus. Tegen 20.00 uur zitten we weer bij de camper op onze campground. De avond is voor ons erg kort. De luikjes vallen vroeg dicht.

Een ontzettend mooie route hebben we vandaag voor de boeg. De wereld beroemde Icefield Parkway. Deze loopt van Jasper naar Banff en gaat dwars door de Rockey Mountains heen. Het is de hele rit van ongeveer 285 kilometer één en al schitterend natuur schoon. Ruig maar toch prachtig. De Athabasca watervallen bijvoorbeeld liggen schitterend verborgen tegen een ruige achtergrond van de bergen. Mount Kitchener ( ook een plaatsje in Ontario ) doemt met 3505 meter hoog boven alles uit.
Zo'n beetje halverwege ligt een enorme gletsjer, De Atabasca Glacier. Op het moment dat we de camper parkeren en uitstappen is het koud, gewoon erg koud. De wind waait over de enorme ijsvlakte en het lijkt qua temperatuur wel winter. Met een excursie kun je met een speciale bus op heel hoge banden een eind de gletsjer op. Dan kun je even rondwandelen. Wij blijven beneden aan de voet van de gletsjer en genieten van het uitzicht en lopen een klein stukje over het ijs. Het is oppassen geblazen want je zakt zo weg in een spleet.
Tegenover deze ijsvlakte staat uiteraard een luxueus hotel en daaronder zit een restaurant. We eten daar heerlijk Cantonees.
De tocht gaat verder richting Banff en we stoppen op een campground Lake Louise. Deze ligt niet zo mooi verborgen in de natuur maar het uitzicht is prachtig.

Omdat Banff nu eenmaal een beroemde trekpleister is gaan we de volgende ochtend zelf eens kijken. Op zich is het een leuk stadje maar wel verschrikkelijk toeristisch. Ach, dat hoort er nu eenmaal bij. Bij de Subway kiezen we een heerlijk belegde, klein formaat stokbrood ( 1 foot long ). Dit wordt vol gestopt met kaas, vleeswaren, sla, olijven, pepers en dan is het smullen geblazen.
Na dit overheerlijk 30 centimeter lange brood(je) gaan we terug naar de campground. Wandelen is dan de volgende activiteit om wat van de mooie natuur te kunnen genieten.

Waar we niet van hebben genoten is dat s'nachts een trein vlak langs de campground rijdt. op zich is dat nog niet zo erg maar wel het lawaai van de hoorns die denk ik wel elke 100 meter begonnen te loeien. Daar word je dus echt wel wakker van en dat dus vele keren die nacht. Jammer, jammer, jammer maar het is dit keer niet anders. De temperatuur zakt 's nachts inmiddels naar 5°.
Toch kunnen we redelijk ons bedje uitkomen en na het ontbijt vertrekken we naar Lake Minnewanka. Omsloten door bergen en een enorme rust. Stilte dus.
Maar omdat je van boven alles beter kunt zien gaan we naar Sulphur Mountain en worden met een gondel naar 2285 m gebracht. Het laatste stuk lopen we weer. Van daar uit hebben we prachtig uitzicht op Banff en de omgeving. Berglucht maakt hongerig en in Banff gaan we weer voor een heerlijke Cantonese maaltijd.

Als we de volgende ochtend de deur opendoen staan we bijna oog in oog met een Elk. Een soort hert dat dus gewoon over de campground loopt. Dit kun je hier tegenkomen.
We gaan vandaag weer verder maar brengen eerst in de vroege ochtend een bezoek aan lake Louise. Dat hadden we al gedaan maar toen onweerde het behoorlijk en was het zicht niet goed. Nu ligt het meer er strak opaalblauw bij. Een prachtig gezicht met besneeuwde bergtoppen op de achtergrond. We besluiten een lange wandeling te maken langs het meer totdat het eigenlijke klimmen begint naar één of andere berghut. Omdat we nog een stuk moesten rijden gaan we weer terug in de richting van het grote Chateau Lake Louse. Een chique hotel aan de rand van het meer. Onze camper staat een stukje verder op op een parkeer terrein. Inmiddels zijn we al veel Japannertjes tegengekomen met evenveel foto camera's.

We rijden in de richting van Golden en dan naar het Glacier National Park. We stoppen bij de campground Illecillewaet. Het is rustig en we vinden een mooie plek vlak achter een woest stromende rivier. Vanaf dit punt maken we een paar heerlijke wandelingen door de wouden en zijn toch wel behoedzaam en bedacht op de beren. Toch wel eens een beetje eng zo met z'n tweeën.
Als de avond komt stoken we een heerlijk houtvuur op want het begint steeds kouder te worden. Wat hoger in de bergen had het al gesneeuwd en het is wat ons betreft pas begin september.

Omdat we nu zo langzamerhand weer aan de terugtocht moeten gaan denken rijden we richting Salmon Arm, Revelstoke, Chase in de richting van Kamloops. Net na Chase springt er opeens een zwarte beer voor onze camper maar het liep gelukkig goed af. Het is een dag met aardig wat kilometers en veel regen. Gelukkig nog geen sneeuw. Toch breekt tegen 6 uur de zon door en dat is wel zo lekker als je op een campground aan komt. Bij Merrit overnachten we op Glaybanks Park.

De route terug in de richting van de USA border is boeiend. Veel natuur, rust en ruimte. We rijden via het Manning Provincial park, Highway 5. Bij de eastgate van dit Park zien we een leuk restaurantje met rokende schoorsteen. We besluiten om er te gaan eten. Binnen ziet alles er spic en span uit, gezellige tafeltjes en een gezellige gastheer. Het is binnen heerlijk warm door een brandende houtkachel. Jammer genoeg moeten we ook hier weer afscheid van nemen en vervolgen onze weg naar Allison lake waar we weer even stoppen voor een kop koffie. De overnachting is op campground Lightning Lake. s' Nachts meten we een temperatuur van 3° !!!
Het is een heerlijk rustige omgeving en ook nu regent het weer een beetje. Ons houtvuur wat we opstookten om 15.00 uur bleef heerlijk branden tot 23.00 uur. Het is 's avonds echt nodig wil je buiten blijven zitten. Maar ook als je in de camper zou zitten zal de boord verwarming aan moeten. Op deze campground mag je zelf een plekje uit zoeken en 's avonds komt er dan iemand langs om geld op te halen voor de overnachting. Wandelen is iets wat je hier ook moet doen. We lopen een eind tot aan Lightning Lake en komen weer een Elk tegen.

Het is bijna over. Onze rit door British Columbia en Alberta, het hoogtepunt de Rocky Mountains maar ook de rit er naar toe en weer terug. Dit is een gebied waar je absoluut nog een keer naar terug zou willen gaan. ( in 2004 zijn we weer enkele weken geweest ).
Nu passeren we de Amerikaanse grens waarbij de grenswachter onze koelkast komt inspecteren. Je zou toch verboden etenswaar Amerika binnen brengen.
Niet ver van de grens ligt een stadje genaamd Lynden. Beroemd. Als je het stadje binnen komt rijden waan je je in Nederland. Er staat een heuse molen, het postkantoor voert het opschrift "postkantoor" tussen de lijnen van de Nederlandse vlag. Als je de hoofdstraat inkomt waan je je zowat in Amsterdam.
Dit stadje heeft van oudsher een bevolking van geëmigreerde Nederlanders. De winkeltjes stralen dan ook allemaal iets Hollands uit maar zeer zeker met een Amerikaans vleugje.

Het is niet zo ver meer naar Ferndale. Ons startpunt van 2 weken geleden. De laatste campground is een privé camping dus een geciviliseerde camping zoals wij dat dan noemen. Het is niet anders maar hier beschik je over een aansluiting voor elektra, water en afvoer. De camper moet natuurlijk weer schoon en leeg worden ingeleverd. We zitten hier dan voor de verandering vlakbij een spoorlijn en een snelweg. Dit is afkicken.

Het is 6 september 1996. We hebben deze schitterende vakantie achter ons liggen. Er zijn ongeveer 2611 kilometer onder ons weg gegleden in 12 dagen. Veel te kort beseffen we eigenlijk. ( daarom dus in 2004 4 weken toeren ! ). Om 08.00 uur leveren we de camper in en worden we met een speciaal busje terug gebracht naar Seattle. De vlucht naar Amsterdam gaat prima en hebben aanspraak met een stel wat heel toevallig uit ons dorp komt. Van hun krijgen we een lift naar huis en dat was wel zo gemakkelijk.

Het huis staat er nog, de tuin ligt er lekker bij, de verbouwing is af en nu zal het grote wennen even tijd kosten. De overweldigende natuur, ruig maar mooi, de ruimte en de rust die daar vanaf straalt, terug in het kleine Nederland. Het valt niet mee. Toch zijn we wel weer blij want na de grote verbouwing hebben we nog wel wat andere zaken die geregeld moeten gaan worden. En dat is toch ook leuk.

 

Henk en Lenie
Aug/sept 1996

 

Ga naar fotopagina